vrijdag 25 maart 2011

Woestijn

Er was eens een meisje dat droomde van de woestijn. Ze was ooit in Tunesië geweest en had daar een glimp opgevangen van dat onbekende dier dat zijn grote lijf languit over de aarde legt. Een weldadige rust vulde haar hart en nestelde zich ongemerkt als een verlangen ergens in een hoekje van haar lichaam. Woestijnheimwee werd toen als woord geboren.
Het meisje droomde verder en af en toe voelde ze de uitgestrektheid van de woestijn door de kamers van haar hart blazen. Ze kocht een boek van woestijnen over de hele wereld. Al bladerend zwierven haar gedachten over de zandduinen en rotsformaties en ze zat in een tent en dronk thee met mannen en vrouwen en kinderen, allen met verweerde gezichten. Ooit zou ze gaan, in het echt.
En toen werd het 2010 en ze boekte een vlucht. Ze ging zichzelf enkele nachten onder de blote woestijnhemel kado geven. Daarbovenop ook nog de oudheid van Damascus en de zijden sjalen uit de soeks van Aleppo.
En net een week voor ze vertrekt, bereikt een golf van protest het land van deze oudheid en deze woestijn. De straten lopen vol met jonge mensen die ook een droom hebben, weliswaar een andere dan de hare. Jonge mensen die de uitgestrektheid van de vrijheid door hun lijf voelen razen, die voor zichzelf een ander leven wensen.
Zal het meisje haar droom even terug in haar hart opbergen? Kan de woestijn nog een jaartje langer haar heimwee voeden?

dinsdag 15 maart 2011

Vogel tegen raam

Een luide bons galmt door het huis, het grote, vierkante raam trilt na. Geschrokken sta ik op om te kijken wat er gebeurt. Buiten ligt een klein bolletje dons dat in een razend tempo uitdijt en inkrimpt. Een pootje steekt akelig strak en horizontaal uit het vogeltje. Het fladdert ongecontroleerd, draait om z’n as, ligt na te hijgen. Geen vogelambulance die meteen ter plekke is. Geen andere vogels die hem moreel komen bijstaan. Aan de grond genageld sta ik te kijken naar dit kleine, bonzende beestje en denk: “Wat kan ik doen? Als ik het oppak en in een kartonnen doos zet, dan sterft het misschien van de schrik. Het heeft nog nooit in mensenhanden gelegen. Misschien kan ik wat kruimels leggen en een schoteltje water zetten?”
Nadien google ik even ‘vogel tegen raam gevlogen’ en vind: geef het geen eten en forceer het niet om te drinken. Tot zover mijn schamele reddingsactie. Ik schuif het schoteltje van bij het vogeltje vandaan, anders valt het er misschien nog in.
Ik beperk me verder tot aanwezig zijn aan de andere kant van het glas en het beestje bemoedigend toespreken. Komaan, je kan het, lief klein diertje, je hebt alle kracht in jou om weer te kunnen vliegen. Af en toe taant mijn enthousiasme, als de ademhaling nog nauwelijks zichtbaar is, als de oogjes te lang gesloten blijven. Maar dan geeft het weer een teken van leven en kunnen we verder.
Zou het misschien van op afstand aangemoedigd worden door soortgenoten? Of zou het supporterend gefluit herkennen? Of liefdevol getwitter van haar mannetje of zijn vrouwtje? Haar snavel gaat in schokjes naar boven en naar beneden, af en toe opent het, lijkt het iets weg te slikken. Oogjes open, oogjes dicht. Zet zich weer dik, schudt de vleugels. Als notoire fauna-en-flora-kenner weet ik niet eens voor welk vogeltje ik aan het supporteren ben.
Hoera, het beestje heeft zich verschoven! Het hupt een beetje, schudt zich, zet zijn veren bol, bibbert en kijkt. Wat ik intussen allemaal projecteer: dat moet koud zijn op die stenen, zou het beestje bang zijn? Zo klein en hulpeloos, het levert zich over en ondergaat dit puur fysiek. Zou dat een wijze les zijn voor ons mensen? Wij gaan zo vaak in ons hoofd en op onze kop zitten.
Tiens, ik dacht dat het bijna weg zou zijn. Het hupt weer een half rondje. Dat pootje zal dan toch in orde zijn. Hebben ze hun pootjes nodig om te vliegen? Kunnen ze met één pootje vliegen? Ik denk ‘ga maar, go, go’. Ik blijf kijken. Op sommige dagen voel ik mij als een vogeltje dat tegen een raam vliegt.
Mijn schoonzus komt thuis. Haar moeder neemt zo’n beestjes altijd vast, dicht tegen zich aan, lekker warm, tot ze weer kunnen vliegen. Maar wij zijn haar moeder niet en we zoeken een doos en een dekentje. Voorzichtig legt ze haar handen over het diertje, dat vooruit hupt en wat verder vliegt. Kijk, het vliegt! En na vijf pogingen is het vogeltje het beu en vliegt het het struikgewas in. Hopelijk is het daar warm genoeg, denk ik en zet de doos met het dekentje in de garage, voor de volgende patiënt.

woensdag 2 maart 2011

Serge Mozart 2

Hoe hij aan zijn naam kwam?
Dat kan hij beter zelf vertellen. Het is zo'n genot om naar hem te luisteren. En ook om hem te zien vertellen, vooral zijn handen. Elke vinger beweegt los van de andere en brengt me bijna onder hypnose. 'le chef' krijgt een gebaar, 'manger' krijgt er een ander. Z'n tien vingers brengen nog eens evenveel verhalen over en rond en tussen het verhaal dat effectief woorden krijgt.
Ik kan er zwart op wit slechts een magere samenvatting van geven.
Hij, de oudste van vijf, wist dat hij piano zou spelen en was vastbesloten om later zijn kost te verdienen door te spelen, en niet enkel met lesgeven of andere activiteiten rond de muziek. Hij vertelt over hoe er maar één piano was op de muziekschool en dat je er als de kippen bij moest zijn om te kunnen oefenen. Dat hij kilometers aflegde in de vroege uurtjes om te kunnen spelen. En op een dag verkocht zijn grootmoeder het perceel waar ze woonden en moest hij van nog verder weg komen. Hij redde de situatie door bij een vriend en diens familie aan te kloppen. En soms nam hij gewoon een laken mee naar school en installeerde zich (knus?) op de vleugelpiano. Hij kreeg snel naam en bovendien kon hij heel goed Mozart spelen. Voilà, een naam is geboren. En zijn plan geslaagd, want hij werkt wel op de school, geeft les en leert piano's repareren, maar hij is ook pianist bij Adorons l'éternel. Een grote groep die christelijke nummers brengt en al in heel wat Europese landen op het podium stond.
Serge Mozart, een gemotiveerd man met veel hoop in zijn hart. Met wijsheden die bij hem niet uit een boekje komen maar uit zijn wezen.
* Als het vandaag niet werkt, dan werkt het morgen misschien.
* Als je problemen hebt, zing!
* Is het probleem waar je voor staat te groot? Snij het dan in stukjes.
Het was zeer inspirerend om hem te ontmoeten en brak weer enkele grenzen open, gaf een breder perspectief, bracht een andere wereld onverwacht dichterbij.