Nu het avond is en de sneeuw blijven liggen is, ziet het geel buiten. Het licht weerkaatst en legt een gele gloed over de daken. Zelfs binnen achter het raam merk je dat het stil is buiten. Sneeuw dempt het geluid.
Sneeuw zorgt ook voor gespreksstof. Vanmiddag had ik kerstdiner op het werk en we konden niet anders dan naar buiten gapen en over de sneeuw praten. We vroegen ons af waar we volgend jaar over zouden praten als er geen sneeuw zou liggen. Dan zouden we praten over 'Weet je nog vorig jaar, toen het zo gesneeuwd had?'
Ik zei dat er intussen minstens 10cm sneeuw op de tafel buiten lag. Andere collega's beweerden dat het er 'maar' 8 waren. Tussen de soep en de petatten ging Stief een professionele sneeuwmeetlat halen en wij naar buiten. Ik moest immers mee als objectieve waarnemer. 7,5 plus de halve cm aan het uiteinde van de meetlat. Dat is dus 8 cm. Zij kunnen dat beter inschatten dan ik want zij zijn wintersporters. Ik heb nog nooit op de latten gestaan, ik ben sneeuwblind. Gelukkig hadden we niet voor geld gewed.
Een uur later waren we nog steeds over sneeuw bezig en was het ook nog steeds aan het sneeuwen, een nieuwe meting drong zich op. Op de tafel lag intussen de volle 9 cm sneeuw en op de bank 11cm. Maar dat was op het randje van de bank en Martina zei dat de randjes niet meetellen. Zij heeft jarenlange ervaring als sneeuwmeter bij het KMI. Na de meting was er ook nog een kort sneeuwballengevecht tussen Stief, Arik onze directeur en mezelf. De directeur was begonnen. Gelukkig beginnen er binnenkort twee vertrouwenspersonen bij ons.
Sneeuw dus. En veel. En wit. En stil. Heerlijk.
donderdag 17 december 2009
woensdag 16 december 2009
Moeien
Hij is een pakje aan het inpakken. Niet zomaar een kadootje, maar een surprise. Dat houdt een speciale inpakmethode in. Een doos met nep-pakjes en echte pakjes, met een gecamoufleerd pakje op de buitenkant, met CD's ter versiering. Hij is er al een hele tijd mee bezig. Zij wandelt af en toe voorbij en geeft dan een opmerking. Hij vraagt haar niets, maar zij heeft de behoefte om een bijdrage te doen. Hij is dat pakje immers al een hele tijd aan het inpakken.
"Misschien kan je dat boek aan deze kant plakken, die is breder."
"Daar zou ik pritt voor gebruiken, plakband is niet sterk genoeg."
"Je hebt dat inpakpapier toch niet nodig als je die CD's gebruikt?"
"Zou je geen schaar gebruiken om die plakband te knippen?"
Ze neemt het werk nog net niet uit zijn handen.
En dan voelt ze het plots aankomen. Zijn zwijgende rug, zijn ogenschijnlijk kalm handelen, de stilte in de lucht; het voorspelt weinig goeds.
En alvorens hij iets kan zeggen, zegt zij snel: "Dat is niet moeien hoor, dat is samen nadenken."
"Misschien kan je dat boek aan deze kant plakken, die is breder."
"Daar zou ik pritt voor gebruiken, plakband is niet sterk genoeg."
"Je hebt dat inpakpapier toch niet nodig als je die CD's gebruikt?"
"Zou je geen schaar gebruiken om die plakband te knippen?"
Ze neemt het werk nog net niet uit zijn handen.
En dan voelt ze het plots aankomen. Zijn zwijgende rug, zijn ogenschijnlijk kalm handelen, de stilte in de lucht; het voorspelt weinig goeds.
En alvorens hij iets kan zeggen, zegt zij snel: "Dat is niet moeien hoor, dat is samen nadenken."
maandag 7 december 2009
Kleinood
Hij is er.Hij is 8O pagina's dik.
80 pagina's met een selectie van mijn fijnste blogteksten van 2008 en 2009.
80 pagina's lees- en kijkplezier: mijn blogbundel!
Speciaal gemaakt voor jou, mijn bloglezer.
Hij wordt in primeur verkocht op preSent, pakjes met een plus. Dé beurs nu zondag 13 december in Borgerhout.
Info zie onder.
Jij als actieve bloglezer hebt echter 'reservatie-recht', de eerste druk ligt immers slechts in 70 exemplaren in de rekken. Wil je dit boek? Stuur mij dan een mail met als onderwerp 'ja ik wil'. (heidilambrechts@yahoo.com) Laat me weten hoeveel exemplaren je wil (immers ook het ideale geschenk voor andere leesgragen uit je omgeving) en waar je hem zal ontvangen (live op preSent of thuis geleverd met verzendkosten).
Dit kleinood is van jou voor 12,5 euro.
Ik wens je evenveel plezier met mijn bundel als ik er aan had tijdens het maken. En... blijven lezen op mijn blog, want zonder jou, geen Boe, Da en ik.
dinsdag 1 december 2009
Zotte mus
"Maar dat had ik helemaal zo niet bedoeld!" riep de mus verontwaardigd uit en ze dribbelde parmantig een eindje verder onder de heg. Daar ging ze zitten, met haar kop tussen haar veren weggedoken. Mokken. Zo doen vrouwen dat. Ze wil helemaal niet dat het gesprek afgelopen is. Ze wil dat hij achter haar aan komt. Dat hij haar komt sussen, dat hij haar met zijn pluimen omarmt en aan het lachen brengt.
Jammer maar helaas. Tussen de regels lezen is niet de sterkste kant van haar man-mus. Zijn kwade kraaloogjes kijken toe hoe ze wegdribbelt en zo duidelijk een einde maakt aan hun gesprek. Vrouw-mussen zijn niet te begrijpen. Het ene moment liggen ze verleidelijk tegen je aan om dan plots weg te schieten alsof ze een vette pier ontdekt hebben. Met z'n bek prikt hij doelloos tussen de herfstbladeren. Die waaien met deze wind tegen elkaar aan onder de heg. Er zit allerlei lekkers verborgen onder die lagen van kriskras gestapelde bladeren. Hij houdt wel van dat rondscharrelen. Grote ontdekkingen doen om dan de buit trots aan het vrouwtje te laten zien.
Intussen zit zij te wachten op hem. Ze bespiedt hem van onder een veertje. Uit niets blijkt dat hij nog bezig is met haar, met hun gesprek, met überhaupt iets van belang. Hij is als een klein kind aan het spelen en ziet er tevreden uit. Dan vraagt ze zichzelf af waarom zij hier in haar eentje staat. Was ze kwaad dan? Ze kan het zich eigenlijk niet meer herinneren. Ze zou veel liever samen met hem kwetteren onder de heg en lekkere kevers van hem toegestopt krijgen. Die vangt hij als de beste. Wie of wat houdt haar tegen? Niets of niemand toch? Of zie jij wat?
Uitgelaten hupt ze naar haar man-mus en samen maken ze er een feestje van, diep weggestoken onder opfladderende bladeren.
Jammer maar helaas. Tussen de regels lezen is niet de sterkste kant van haar man-mus. Zijn kwade kraaloogjes kijken toe hoe ze wegdribbelt en zo duidelijk een einde maakt aan hun gesprek. Vrouw-mussen zijn niet te begrijpen. Het ene moment liggen ze verleidelijk tegen je aan om dan plots weg te schieten alsof ze een vette pier ontdekt hebben. Met z'n bek prikt hij doelloos tussen de herfstbladeren. Die waaien met deze wind tegen elkaar aan onder de heg. Er zit allerlei lekkers verborgen onder die lagen van kriskras gestapelde bladeren. Hij houdt wel van dat rondscharrelen. Grote ontdekkingen doen om dan de buit trots aan het vrouwtje te laten zien.
Intussen zit zij te wachten op hem. Ze bespiedt hem van onder een veertje. Uit niets blijkt dat hij nog bezig is met haar, met hun gesprek, met überhaupt iets van belang. Hij is als een klein kind aan het spelen en ziet er tevreden uit. Dan vraagt ze zichzelf af waarom zij hier in haar eentje staat. Was ze kwaad dan? Ze kan het zich eigenlijk niet meer herinneren. Ze zou veel liever samen met hem kwetteren onder de heg en lekkere kevers van hem toegestopt krijgen. Die vangt hij als de beste. Wie of wat houdt haar tegen? Niets of niemand toch? Of zie jij wat?
Uitgelaten hupt ze naar haar man-mus en samen maken ze er een feestje van, diep weggestoken onder opfladderende bladeren.
zaterdag 21 november 2009
Koud korstje
Een carpoolend leven kan erg fijn zijn. Het zorgt er voor dat ik tijdig op het werk verschijn - altijd mooi meegenomen en bovendien bezorgt het me een ochtendlijke wandeling door het park. Op dit moment is dat een zeer herfstig park. Een lekker windje blaast de bladeren van hun takken, tenminste die bladeren die er nog niet vrijwillig bij zijn gaan liggen. Ik leg de wandeling af kijkend naar de grond. Zo veel kleuren en vormen en formaten, een wonderbaarlijk tapijt badend in zacht ochtendlicht.
En dan scant mijn oog de korstjes van een witte boterham. Het is de vierkante onderkant van een dubbelgevouwen boterham netjes in het midden uitgebeten.
Een kindje zit aan de ontbijttafel te treuzelen. De mama zegt dat het zijn boterham moet opeten, het moet naar de school vertrekken. Het kindje heeft er geen zin in, is geïnteresseerd in het zakje met de gogo's, in het randje van de stoel, in het boekje van Woeste Willem. De mama rondt intussen haar ochtendritueel af en spoort het kindje aan de boterham op te eten. Zuchtend zet ze uiteindelijk het kindje in de auto mét het partje boterham in de hand. Ze rijden naar de school die in het park ligt en moeten dus het laatste eindje te voet afleggen. Zonder dat de mama het gezien heeft, laat het kindje de korst uit zijn hand glijden, tussen de herfstbladeren. De mama kijkt blij als ze merkt dat de boterham op is. Iedereen blij.
Ik stap in de auto en laat me door het drukke ochtendverkeer voeren.
En dan scant mijn oog de korstjes van een witte boterham. Het is de vierkante onderkant van een dubbelgevouwen boterham netjes in het midden uitgebeten.
Een kindje zit aan de ontbijttafel te treuzelen. De mama zegt dat het zijn boterham moet opeten, het moet naar de school vertrekken. Het kindje heeft er geen zin in, is geïnteresseerd in het zakje met de gogo's, in het randje van de stoel, in het boekje van Woeste Willem. De mama rondt intussen haar ochtendritueel af en spoort het kindje aan de boterham op te eten. Zuchtend zet ze uiteindelijk het kindje in de auto mét het partje boterham in de hand. Ze rijden naar de school die in het park ligt en moeten dus het laatste eindje te voet afleggen. Zonder dat de mama het gezien heeft, laat het kindje de korst uit zijn hand glijden, tussen de herfstbladeren. De mama kijkt blij als ze merkt dat de boterham op is. Iedereen blij.
Ik stap in de auto en laat me door het drukke ochtendverkeer voeren.
zondag 15 november 2009
Honderd en één
Dit is mijn honderdeneerste blogtekst. Hiep, hiep, hoera! Wat niet gezegd kan worden van alles en iedereen. Vooral niet van bijvoorbeeld de NMBS of van de madammen achter de balie in de bib, om zomaar wat mensen te noemen.
De bib, altijd een leuke uitstap. Spullen binnenleveren en weer wat buit bij elkaar sprokkelen om mee naar huis te slepen. Dat doe ik vaak op goed geluk. Ik wandel rond, speur de rekken af en laat me verleiden door een bekende auteursnaam, een leuke kaft of een goede titel. Zo verzamel ik en schuif dan met volle armen aan bij de uitleenbalie. Met mijn vrije hand rommel ik in mijn tas om te ontdekken dat ik mijn portefeuille niet bij me heb. Ai, da's lastig. Mijn hersenen scannen de verschillende mogelijkheden. Aha, ik heb nog wel het ticketje van mijn laatste uitleen-actie bij, daar staat mijn lidnummer ook op. Kijk, daar hou ik wel van bij mij mezelf. Ik ga altijd uit van een man of een vrouw achter de balie die moeite wil doen, die op zoek zal gaan naar wat wel kan. Er zitten twee dames, de rij vordert gestaag en als ik aan de beurt ben is dat jammer genoeg bij de dame rechts. Ze straalt immobilisme en lichte vermoeidheid uit. Ik vertel haar wat er aan de hand is en zij antwoordt standaard: "Met uw identiteitskaart mogen we één keer uitlenen." Alsof die niet in mijn portefeuille zit. Ik haal het briefje van de voorbije uitlening boven en zij schudt neen. Er valt niet aan te tornen, reglement is reglement. Alsof ze een reuzegrote toegift doet, zegt ze dat ze de boeken opzij kan houden. Danku voor de moeite.
Heb ik die boeken broodnodig? Niet dus. Ik kan ook gewoon naar huis fietsen en daar warm binnenblijven. Zonder Sting, zonder 'My house in Umbrië', zonder Murakami. Maar dat zit dan toch weer niet echt in mijn natuur. Ik voel me uitgedaagd door de bib-dame. Die denkt toch niet dat ze mij dat kan lappen hé.
Trouwens, al de heldhaftige repliek komt later, op de fiets, onderweg. Waarbij ik me afvraag of iemand anders er wel in geslaagd zou zijn om die boeken mee te krijgen. Je maakt me niet wijs dat als het haar eigen dochter zou zijn, ze dat dan ook zo zou spelen. Het gaat immers niet over niet kunnen maar over niet willen.
"Neen mevrouw, zonder lenerspas kan ik u die boeken niet meegeven." "Oh maar dat is geen probleem," roep ik, "ik neem ze zo wel mee." en ik graai de boeken van de toog, ren naar buiten en roep achter me dat ze me maar probeert in te halen. Nu ja, erg heldhaftig is dat niet, want tegen de tijd dat ik mijn lastig fietsslot los heb, heeft ze me al lang bij mijn nekvel gegrepen. Ik had een sta-staking kunnen houden. "Ik ga niet weg zonder die boeken." En dan rustig postvatten tegenover de dame in kwestie en haar voortdurend aanstaren, vriendelijk weliswaar. Of telkens opnieuw achteraan de rij aanschuiven. Of haar vragen hoe ze heet en waar ze woont en dan zwijgend knikken.
Maar ik ben dus terug naar de bib gefietst mét mijn portefeuille. Heb me onderweg voorgenomen dat ik me zou laten horen, dat ik hier niet tevreden mee ben. En dan blijkt die dame er niet meer te zitten. Ik krijg een minstens zo stugge collega voor mijn neus die bovendien een totaal onzinnig klantengesprek met me voert.
Voor ze hoort wat ik te zeggen heb, repliceert ze al: "Mevrouw, probeert u zich eens in onze plaats te stellen." Of: "Mevrouw, als je fout parkeert, dan moet je ook een boete betalen." Of nog: "Wij krijgen ook naar onze voeten als wij aan iemand ontlenen zonder pasje." "Als iedereen zo gaat beginnen."
Ten eerste probeer ik mij altijd in de plaats van de ander te stellen (soms zelfs te veel, maar dat is mijn probleem). Ten tweede heb ik geen boodschap aan het parkeerreglement in de bib, ik heb niet eens een regel overtreden! Ten derde krijg ik het steevast op mijn heupen als mensen bij het minste hun paraplu opentrekken (oef, het is het reglement, ik hoef niet zelf na te denken) en ten vierde ben ik met veralgemeningen als 'iedereen' geen stap verder (het is niet omdat iedereen naar Clouseau gaat, dat ik ook ga).
Oké, ik geef het toe, ik draaf door, mijn verontwaardiging is lichtjes buiten proportie, ik kan het moeilijk loslaten. Het meest vervelende is dat die dames geen enkel teken van flexibiliteit vertonen. De structuur en het reglement zijn zo vast, dat ze de essentie uit het oog verliezen. Dat is immers niet een dom plastic kaartje met een streepjescode er op, dat is een mens die geniet tijdens het lezen van een boek.
De bib, altijd een leuke uitstap. Spullen binnenleveren en weer wat buit bij elkaar sprokkelen om mee naar huis te slepen. Dat doe ik vaak op goed geluk. Ik wandel rond, speur de rekken af en laat me verleiden door een bekende auteursnaam, een leuke kaft of een goede titel. Zo verzamel ik en schuif dan met volle armen aan bij de uitleenbalie. Met mijn vrije hand rommel ik in mijn tas om te ontdekken dat ik mijn portefeuille niet bij me heb. Ai, da's lastig. Mijn hersenen scannen de verschillende mogelijkheden. Aha, ik heb nog wel het ticketje van mijn laatste uitleen-actie bij, daar staat mijn lidnummer ook op. Kijk, daar hou ik wel van bij mij mezelf. Ik ga altijd uit van een man of een vrouw achter de balie die moeite wil doen, die op zoek zal gaan naar wat wel kan. Er zitten twee dames, de rij vordert gestaag en als ik aan de beurt ben is dat jammer genoeg bij de dame rechts. Ze straalt immobilisme en lichte vermoeidheid uit. Ik vertel haar wat er aan de hand is en zij antwoordt standaard: "Met uw identiteitskaart mogen we één keer uitlenen." Alsof die niet in mijn portefeuille zit. Ik haal het briefje van de voorbije uitlening boven en zij schudt neen. Er valt niet aan te tornen, reglement is reglement. Alsof ze een reuzegrote toegift doet, zegt ze dat ze de boeken opzij kan houden. Danku voor de moeite.
Heb ik die boeken broodnodig? Niet dus. Ik kan ook gewoon naar huis fietsen en daar warm binnenblijven. Zonder Sting, zonder 'My house in Umbrië', zonder Murakami. Maar dat zit dan toch weer niet echt in mijn natuur. Ik voel me uitgedaagd door de bib-dame. Die denkt toch niet dat ze mij dat kan lappen hé.
Trouwens, al de heldhaftige repliek komt later, op de fiets, onderweg. Waarbij ik me afvraag of iemand anders er wel in geslaagd zou zijn om die boeken mee te krijgen. Je maakt me niet wijs dat als het haar eigen dochter zou zijn, ze dat dan ook zo zou spelen. Het gaat immers niet over niet kunnen maar over niet willen.
"Neen mevrouw, zonder lenerspas kan ik u die boeken niet meegeven." "Oh maar dat is geen probleem," roep ik, "ik neem ze zo wel mee." en ik graai de boeken van de toog, ren naar buiten en roep achter me dat ze me maar probeert in te halen. Nu ja, erg heldhaftig is dat niet, want tegen de tijd dat ik mijn lastig fietsslot los heb, heeft ze me al lang bij mijn nekvel gegrepen. Ik had een sta-staking kunnen houden. "Ik ga niet weg zonder die boeken." En dan rustig postvatten tegenover de dame in kwestie en haar voortdurend aanstaren, vriendelijk weliswaar. Of telkens opnieuw achteraan de rij aanschuiven. Of haar vragen hoe ze heet en waar ze woont en dan zwijgend knikken.
Maar ik ben dus terug naar de bib gefietst mét mijn portefeuille. Heb me onderweg voorgenomen dat ik me zou laten horen, dat ik hier niet tevreden mee ben. En dan blijkt die dame er niet meer te zitten. Ik krijg een minstens zo stugge collega voor mijn neus die bovendien een totaal onzinnig klantengesprek met me voert.
Voor ze hoort wat ik te zeggen heb, repliceert ze al: "Mevrouw, probeert u zich eens in onze plaats te stellen." Of: "Mevrouw, als je fout parkeert, dan moet je ook een boete betalen." Of nog: "Wij krijgen ook naar onze voeten als wij aan iemand ontlenen zonder pasje." "Als iedereen zo gaat beginnen."
Ten eerste probeer ik mij altijd in de plaats van de ander te stellen (soms zelfs te veel, maar dat is mijn probleem). Ten tweede heb ik geen boodschap aan het parkeerreglement in de bib, ik heb niet eens een regel overtreden! Ten derde krijg ik het steevast op mijn heupen als mensen bij het minste hun paraplu opentrekken (oef, het is het reglement, ik hoef niet zelf na te denken) en ten vierde ben ik met veralgemeningen als 'iedereen' geen stap verder (het is niet omdat iedereen naar Clouseau gaat, dat ik ook ga).
Oké, ik geef het toe, ik draaf door, mijn verontwaardiging is lichtjes buiten proportie, ik kan het moeilijk loslaten. Het meest vervelende is dat die dames geen enkel teken van flexibiliteit vertonen. De structuur en het reglement zijn zo vast, dat ze de essentie uit het oog verliezen. Dat is immers niet een dom plastic kaartje met een streepjescode er op, dat is een mens die geniet tijdens het lezen van een boek.
maandag 9 november 2009
Handmade
Een kerk. Een beurs. Een verrukte bezoekster. De boekbindersbeurs in de Sint Pieterskerk in Leiden. Ik was er. Een waar mekka voor al wie van papier, boeken en ambacht houdt. De natte zaterdagmiddag leent zich perfect om in een lekker verwarmd geloofshuis door te brengen. Achter de tafels allemaal mensen die met liefde hun ambacht voorstellen. Mensen die warm lopen voor de Japanse band, de koptische band, loden letters zetten, papier maken met een ambachtelijke molen en veel meer.
Dat handwerk tijd én dus geld kost, is hier wel duidelijk. Een boek voor 680 euro. Het gaat niet om zomaar een boek, maar om een kunstwerk, pagina's kunstwerken achter elkaar, vertaalde gedichten met bijpassende litho's in een vilten kaft gebonden. Het is dus niet alleen de prijs die weegt. Een paar tafels verder ligt een reeks mini boekjes van 5cm, met de hand gebonden. Je kan het afgewerkte exemplaar kopen voor 22 euro of een drukvel voor 5 euro en het zelf eens proberen. Met die koude winterdagen hebben we hiervoor genoeg tijd binnenshuis in het verschiet!
Het is een mooie combinatie. De onsterfelijke kerk met haar zuilen, haar koor, haar afgesleten stenen waar sterfdatums in gegrift staan, haar tijdloze uitstraling. Het vergankelijke papier, fragiel, gevoelig voor water, licht en wind.
Dat handwerk tijd én dus geld kost, is hier wel duidelijk. Een boek voor 680 euro. Het gaat niet om zomaar een boek, maar om een kunstwerk, pagina's kunstwerken achter elkaar, vertaalde gedichten met bijpassende litho's in een vilten kaft gebonden. Het is dus niet alleen de prijs die weegt. Een paar tafels verder ligt een reeks mini boekjes van 5cm, met de hand gebonden. Je kan het afgewerkte exemplaar kopen voor 22 euro of een drukvel voor 5 euro en het zelf eens proberen. Met die koude winterdagen hebben we hiervoor genoeg tijd binnenshuis in het verschiet!
Het is een mooie combinatie. De onsterfelijke kerk met haar zuilen, haar koor, haar afgesleten stenen waar sterfdatums in gegrift staan, haar tijdloze uitstraling. Het vergankelijke papier, fragiel, gevoelig voor water, licht en wind.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
