zaterdag 6 februari 2010

Kerstboom

Kan ik in februari nog over een kerstboom beginnen? Het is riskant om te schrijven, maar mijn kerstboon was tot gisteren nog in mijn leven. Het was een prachtexemplaar, een dure Nordmann. Hij was niet groot en had een gezellig dik buikje waar hij graag mee pronkte in mijn living. Zonder een krimp te geven, zonder een naald te laten vallen stond hij de hele tijd statig recht zijn taak te vervullen. Ik merkte pas laat dat het einde nabij was. Haast onmerkbaar was zijn diepe groene kleur vermengd met een bruine gloed en zag ik dat hij stilaan zijn naalden in een droogtekramp naar zich toe getrokken had. Takjes kronkelden zich rond de verlichting en kerstballen kwamen klem te zitten tussen de oksels van de takken. Tijd dus om mijn tanden op elkaar te klemmen en als laatste der Mohikanen mijn kerstboom aan de deur te zetten. Op de huisvuilkalender zag ik dat dat nog net kon op de laatste rondgang. Gezien het dikke buikje van de boom kon ik hem moeilijk op het voetpad zetten, geen kat zou er kunnen passeren. Dus zette ik hem achter het lage muurtje aan de kant van het huis. `s Avonds kwam ik thuis en daar stond hij nog, hij keek mij scheef van onder zijn kruin aan, verbouwereerd over mijn koude optreden. Ik dierf hem niet recht in de ogen te kijken en stapte snel naar binnen. Een boom hoort buiten te staan, hij kan hier wel tegen.
Anderhalve week later echter stond hij nog te wachten, zielig tegen het muurtje gezakt. Verder geen kerstsfeer te bespeuren, geen bomenbroeders in de straat, alleen hij. Ik kon het niet meer aanzien en stuurde een mailtje naar het stadsbestuur met de vraag hem uit zijn lijden te verlossen. En warempel, de volgende dag kreeg ik een telefoontje, de reddingsactie werd ingezet. Een ploeg zou proberen mijn boom op te halen. Moest het niet lukken (om niet nader gespecifieerde reden) moest ik hem de volgende dag wel op het voetpad aanbieden. De verongelijkte voetgangers moesten we in deze dringende reddingsactie dan maar even over het hoofd zien.
De stem van de dame klonk heel serieus en ik dacht: "Waauw, mijn late kerstboom is een stadszaak geworden."

dinsdag 2 februari 2010

Plaatje

Aan een ronde tafel zitten vijf mannen. Stoere kerels, elk achter hun Maes Pils. Er hangt een zwaarwichtige sfeer boven de tafel. 'Wij doen dit al jaren en hebben de plicht dit nog jaren vol te houden, een zware taak rust op onze schouders.' De man die recht in mijn blikveld zit, draagt een groot brilmontuur dat duidelijk van erg goede kwaliteit is, het gaat al minstens 30 jaar mee. Hij draagt eveneens veel groeven in zijn gezicht en grijze rasta's in zijn haar. Hij kijkt rond alsof het hem niet eens zou verbazen als er plots een olifant voor zijn neus zou staan. Een blik die zegt dat hij alles al gezien heeft in het leven. Boven hem aan de muur prijkt een opgezet everzwijn: jachttrofee, slechte smaak of ter illustratie van de levende exemplaren die hier nog door de bossen dwalen? Ernaast foto's uit de oude doos. Uit de boxen schalt zondagnamiddagradio: de koers. Eén van de mannen vertelt rustig een mop die een lachsalvo ontlokt aan de stevige mannenlijven. Eén van de mannen staat op, wandelt naar deur, doet zijn jas aan en vertrekt met een korte knik. Waarschijnlijk weet iedereen dat dit zijn uur is om te gaan. Waar gaat hij heen? Dan zet de ober zich bij de ploeg. Hij draagt zijn haar gemillimeterd en heeft beide armen vol tattoo's. Hij lijkt heel anders te zijn maar wordt broederlijk rond de tafel opgenomen. He's one of the guys.
Enkele zaken vallen buiten het plaatje: Een pluchen konijn met een roos pakje en een roze hoed waar twee konijnenoren doorsteken. Het beest heeft een stoel gekregen aan de rondetafel maar kijkt door de spijlen de andere kant op. Midden op de tafel prijkt een bord met zalm en sushi... bij bier? om 15u?
Aan de tafel achter me zitten drie Thaise dames met een kleine jongen in een buggy. Ze kwetteren onverstaanbaar een heel eind weg. Eén van de dames gaat buiten onder de verwarming een sigaret roken. De andere dame haalt een schotel zalm onder de buggy vandaan. De kleine heeft een koekje met chocolade soldaat gemaakt en hangt vol tot achter zijn oren. En op dat moment zet zijn moeder hem op de schoot van één van de Maes-Pils-Bonken en zegt 'Hier vader, hou hem eens vast.' Waarop de vader onhandig het kind vasthoudt en hem wijst op het pluchen konijn dat een gek geluid maakt als je het beweegt. De chocolade-lach van het kind maakt een brug tussen de twee tafels.
Het plaatje werd verhaal, zomaar, voor mijn ogen. Ik was in mijn sas. Meer nog, ik was in 't Sas van Emmelen.

zaterdag 16 januari 2010

Dansende dialoog

Een feestje. De tafels staan aan de kant geschoven en de discobar bereidt zich voor op een avondje muziekgeweld. De zaal heeft er alvast zin in en ik ook. Ik ben gekomen om te dansen en ben duidelijk niet de enige. Zelfs tijdens de opwarming met kinderdisco proberen al enkele volwassenen de dansvloer uit.
Onder de dansers is er een jongen bij van een jaar of dertien. Ik zag hem binnenkomen, de zaal scannen en vrijwel meteen begon zijn lijf te bewegen. Niets acclimatiseren. Niets eerst even iets drinken. Een jas uitdoen kan nog net. Dan smijt hij zich vol overgave op de dansvloer. Het is een lust voor de ogen om naar hem te kijken. Hij danst zijn eigen dans, geen bekende bewegingen of herhalende patronen. Hij gebruikt zijn hele lichaam en gooit zich in de muziek. Geen terughoudendheid, geen notie van 'wat zullen de mensen van me denken?' of 'de hele zaal kijkt, ik zal me maar inhouden'. En toch sluit hij zich niet af, hij maakt contact met de dansende mensen om hem heen. Hij maakt imiterende bewegingen of hij wordt nagebootst. Soms maar een seconde, soms een langere dialoog in de dans. Dat zijn leuke momenten van ontmoeting samen op dezelfde muziekgolf.

Ik heb bewondering om zoveel body, zoveel vertrouwen. Het valt niet alleen mij op. Anne staat mee te kijken en wat later vraagt ze hem hoe hij dat doet, zo dansen, waarop hij zegt: 'Gewoon mijn ogen dicht doen en beginnen'.
Dat lijkt mij niet alleen op de dansvloer een waardevolle raad te zijn.

woensdag 13 januari 2010

Aandacht

Soms komen de juiste mensen op je pad om je net dat te vertellen waar je die dag behoefte aan hebt. Zonder dat je er je daarom bewust van was dat het nodig was om een boodschap te ontvangen. Zo kreeg ik de volgende boodschap op een zilveren dienblad: Wat je aandacht geeft, dat groeit.
Ik kende ze al, maar herhaling doet deugd.
Een plant groeit als je hem water geeft, hem bijmest, in de zon zet (of juist niet) en er tegen praat. Een kind dat aandacht krijgt, geknuffeld wordt, eten en liefde binnenkrijgt, dat groeit. Negatieve gedachten groeien en worden een lelijke lawine als je ze aandacht blijft geven. Vriendschap groeit als je er aandacht aan schenkt, een brief schrijft, iets afspreekt, eens belt. Er zijn natuurlijk nog veel zaken die groeien als je ze aandacht geeft, dat laat ik verder aan je eigen fantasie over.
Waar geef ik aandacht aan in mijn leven? Wat vind ik belangrijk? Ik kan daar veel over praten, een mening over hebben of goede intenties uitspreken. Maar sla eens een pagina van mijn agenda open. Besteed ik mijn tijd aan dat wat ik belangrijk vind? Soms wel. Ja? Hoera dan! Maar als ik stilte en rust belangrijk vind en ik kijk naar mijn overvolle agenda, waar past dat dan nog? Of ik wil een gezond en lekker lijf maar mijn agenda staat vol dinerdates en zittende hobby's. Ik zou kunnen denken: 'werk aan de winkel', maar ik let wel op! Want als ik te veel aandacht ga besteden aan mijn agenda, dan gaat hij ook groeien. Dan wordt hij alsmaar dikker, met meer afspraken, nog meer to-do-lijstjes en meer contactpersonen. Ik durf er nog amper naar kijken of hij boert weer een extra bladzijde op.

Zou een leven zonder agenda dan een kalmer leven opleveren?

zaterdag 9 januari 2010

Ontroering

Vrouwmus heeft zich tot een bolletje opgeblazen in een hoek onder de heg. Haar kop zit tussen haar veren en ze kijkt verdrietig uit haar zwarte bolle oogjes. Manmus komt naast haar staan met een worm maar zij hapt niet. Hij haalt een lekkere kever maar zij hapt niet. Hij wrijft z'n veren tegen haar maar zij schudt hem van zich af. Hij legt een blaadje over haar heen, maar dat glijdt als water van haar af.
Alles wat hij doet of zegt, lijkt het alleen maar erger te maken. Ze trilt en ze kijkt steeds droeviger.
Manmus gaat een eindje vliegen en laat haar stilletjes doen.
Later komt zij terug op wat ze toen voelde, daar onder de heg. Ze zegt dat ze niet gesust wil worden met een worm of een kever. Ze wil gehoord worden. Manmus kijkt haar aan en herhaalt de woorden die hij toen sprak, legt uit wat hij met die lekkere kever bedoelde.
En dan breekt vrouwmus haar bolletje open. Ze voelt hoe die woorden ergens landen op een plek in haar lijf die ze niet kan benoemen. De bolle oogjes kijken zachter en haar snavel gaat lichtjes open. Ze blaast haar veren tot een zachte dons en vlijt zich tegen hem aan. Zo zitten ze daar tussen hun favoriete stammetjes van de heg stil te kijken naar de roze avondlucht terwijl ze beiden een traan wegpinken.

vrijdag 1 januari 2010

Stofvrij

Hoe deze kennis in mijn hoofd belandde, weet ik niet. Ergens gelezen, van iemand gehoord? In elk geval weet ik dat het bij de Chinezen een traditie is om de laatste dagen van het jaar grote schoonmaak te houden. Zo kan er geen stof meeglippen door de kier van de deur naar het nieuwe jaar. Een proper huis om een proper jaar te starten. Dat heeft me dit jaar geïnspireerd om hetzelfde te doen.
Ik ben immers een krak in het verzamelen van stof en vooral van papier. In alle formaten en kleuren: oude kranten, nog oudere tijdschriften, kassabonnetjes, facturen allerhande, kattebelletjes, flyers,... Je kan het zo gek niet bedenken of het blijft aan mijn handen kleven of in mijn tas steken. Tijdens korte, wekelijkse opruimacties leg ik de oogst op een stapel. Want stapels ogen ordelijker. Een stapel lijkt alsof je weet wat er allemaal op elkaar ligt. Die ene stapel groeit, wordt noodgedwongen een tweede stapel (anders glijdt alles van de tafel af) en vaak een derde, maar die bouw ik dan op een andere plek. Soms zoek ik nepoplossingen en berg ik al die interessante, noodzakelijke informatie op in een kleurrijke doos die bij mijn interieur past. Dat is echter een tijdelijke oplossing, dozen hebben een beperkte capaciteit. Het is bovendien ook gevaarlijk, zeker als het papier een overschrijving betreft.
Ik ben deze stapels te lijf gegaan, met de wilskracht van een peuter die 'neen' heeft leren zeggen. Geen papieren zakje, kartonnen doos of post-itje was nog veilig. Ik heb
opgeborgen, weggegooid, gepoetst, gestofzuigd. Ik bracht orde in kasten-chaos en haalde het stof achter de kachels vandaan. En dan heb ik op de allerlaatste dag van 2009 ook mijn lijf grondig opgeblonken. Het Turkse stoombad en de panorama-sauna hebben mij hier wonderwel bij geholpen.
Een stofvrij huis en propere poriën, ik ben klaar voor 2010!

maandag 28 december 2009

Statistiek

Gesprekken volgen op de trein. Niets is zo eenvoudig. Mensen lijken te denken dat er onzichtbare geluidswanden staan tussen de verschillende compartimenten. De grootste ontboezemingen kan je er horen. Ik heb er zelfs ooit het lief van een vriend ontmoet zonder dat zij het wist. Ze was intussen trouwens ex-lief, de relatie was van zo'n korte duur dat ik haar nooit te zien heb gekregen. Maar door de conversatie die ze met haar vriendin voerde, onthulde ze mij onwetend haar identiteit. Heerlijk vond ik dat en ik spitste mijn oren nog meer. Wie weet welke sappige details zou ik nog te horen krijgen? Zoals onlangs. Aan de andere kant van het gangpad zat een jong koppel. Ze waren samen op weg naar Brussel om te vieren dat ze twee maanden samen waren en zij vroeg zich gniffelend af hoe vaak ze 'het' al gedaan hadden. "Die dag drie keer na elkaar, toen heb ik je vier dagen niet gezien, toen 's ochtends en 's avonds, ... " Na enkele optelsommetjes kwam ze fier uit op 30 keer; elke twee dagen. Waarna ze haar hand op zijn kruis legde - wat bij hem gespeelde verontwaardiging uitlokte - en ze vroeg wat 'hij' met een hoofdknikje naar beneden daar van vond. Gevat antwoordde de jongen: "Van statistieken daar wordt 'hij' niet zo warm van."